GO

Nieuws

In memoriam: Peter de Kruif

Geplaatst op:
In memoriam: Peter de Kruif

In memoriam: Peter de Kruif    (3 juli 1949 -  8 juli 2017)

 

Peter_de_Kruif

Peter in het “Antonius” enkele dagen voor zijn overlijden

 

Prelude

In een voordracht van Rudolf Steiner, gehouden in Pforzheim op 30 januari 1910, schetst hij twee stromen in de ontwikkeling van het opgroeiende kind.

1. De uiterlijke ontwikkelingstroom

Dat is de stroom die zich voltrekt in een zeven-jaars ritme. Deze maken alle mensen mee, of je nou als genie, of als simpele ziel op aarde komt, aldus Steiner.

2. De innerlijke ontwikkelingstroom

Deze wordt bepaald door wat wij in ons karma mee dragen van aardeleven naar aardeleven. Dat bepaalt onze talenten, mogelijkheden, maar ook onze beperkingen. Dit geldt niet voor alle mensen in de zelfde mate, maar is zeer individueel.

Het verwaarlozen van de uiterlijke ontwikkelingsstroom corrumpeert de innerlijke

Steiner: stel je nu voor dat iemand op aarde komt met zeer grote vaardigheden en talenten, door zijn karma. En stel dat we in de opvoeding de mogelijkheid verwaarlozen, dat hij zijn talenten na zijn 14e/15e jaar kan uitleven. We verwaarlozen de ontwikkeling van zijn ether- en astraallichaam. Dat doen wij bijvoorbeeld door al heel vroeg tussen 7 en 14 jaar het kind eigen oordelen te laten vellen, die vanuit het logische verstand genomen worden.

Wat zou daarvoor in de plaats moeten treden? Het geheugen ontwikkelen! Uit je hoofd leren omdat de autoriteit van de leraar –naar wie het kind positief op ziet - dat aangeeft, ook al snap je het met je hoofd nog niet. Dat begrijpen en oordelen komt later.

In onze moderne tijd mag je niets inprenten in je herinnering, als je niet eerst daarover een logisch oordeel hebt geveld. Volgens Steiner moet dat pas later, daarna. Het gevolg is: een niet goed ontwikkeld etherlichaam en astraallichaam, wat de persoon wel dringend nodig heeft, om zijn talenten te verwezenlijken.

Conclusie:

Door te vroeg naar het verstandelijke oordelen te gaan – wat hoort bij het materialistische tijdperk - worden etherlichaam en astraallichaam gecorrumpeerd en de persoon kan zijn talenten voor dit aardeleven niet-, of niet voldoende uitleven.

Peter  de Kruif in de Pedagogische Vergadering

Stel je nu voor dat er op een donderdag een pedagogische vergadering plaats vindt. Dat is de plek waar Peter mee waakte – er wakker voor was – dat dit soort zaken, zoals hier boven beschreven, serieus genomen werden. Ik heb Peter alleen meegemaakt in het voortgezet onderwijs, maar het zal zeker ook bij hem gegolden hebben, toen hij op Vrije basisscholen werkte (o.a. in Amersfoort, De Bilt en Zoetermeer), dat hij zich er verantwoordelijk voor voelde dat dit soort gezichtspunten er echt toe deden.

Hier voelde ik mij erg met Peter verwant, want ik voelde dat ook zo. De principes van de Vrijeschool hadden wij hoog in het vaandel en daarmee kon niet gemarchandeerd worden. Je kon niet “een beetje Vrijeschool” doen. Je kon niet de leraar “een beetje autoriteit” laten zijn, of “af en toe”, en toch ook maar alvast werken aan het verstandelijk oordelen. Peter en ik streefden in die tijd naar “alles of niets”. Alleen was er een groot verschil tussen Peter en mij. Hij kon met een paar eenvoudige zinnen dat aan de collega’s uitleggen en heel bescheiden daarin zijn en vooral tactisch, terwijl ik meer als olifant door de porseleinkast dreigde te gaan. Zijn kunnen was mijn oefenweg!

Geen geheven vingertje

Door de Vrijeschool pedagogie zo serieus te nemen, was hij ook in de vergaderingen zo’n beetje het geweten van de school, maar op een bescheiden manier, nooit met het geheven vingertje en met veel geduld. (Hoewel hij mij in de koffiepauzes ook wel eens toevertrouwde, dat hij het gevoel had tegen de stroom in te roeien). Maar toch gaf Peter nooit op.

Jaarfeesten

Zo trok hij bepaalde taken naar zich toe, die hij onlosmakelijk verbond aan het goede verloop van jaarfeestenPeter: “Beginnen we dit jaar eens rijkelijk op tijd aan ons Michaëlsfeest?” Elk jaar zette hij dat feest in gang. Terwijl anderen dachten: “Toch niet nu al weer?”, reageerde Peter altijd met: “Gezien alles wat er nog georganiseerd moet worden, kunnen we maar beter vroeg beginnen.” Zoals het organiseren van de spelen van moed en dapperheid van onze 7e en 8e klassers.

En dan de kerstspelen. “Beste mensen er hangen lijsten op het prikbord met alle rollen. Wil iedereen gaan intekenen! En het is goed om in elk geval drie jaar achtereen dezelfde rol te vertolken.” (Natuurlijk om tot diepgang daarin te komen - RG).

Peter en zijn eigen klas

Peter als leraar voor de klas – daar ben ik natuurlijk nooit bij geweest -  maar je praat met elkaar bij de koffie over de dingen die je zo tegen komt. Zo was Peter er een groot voorstander van, om de periodeles altijd te beginnen met een lied. Peter zocht dan naar een mooie canon of een meerstemmig lied, voorafgaande aan de les. Ik weet zeker dat hij daarmee beoogde, dat de klas vanuit een bepaalde stemming de les zou beginnen – ja, het moet voor Peter geweest zijn als de dirigent die de instrumenten van het orkest laat stemmen; een must voor een goede samenwerking van de “orkestleden” van zijn klas.

Het kunstzinnige

In het lesgeven was het kunstzinnige héél belangrijk voor Peter.

We weten dat ons onderwijs doordrenkt van kunstzinnigheid zou moeten zijn. Wat wordt daar precies mee bedoeld?

  • De lesinhoud moet de leerlingen aanspreken in hun gemoed. (Dat woord gebruikte hij vaak!) De lesinhoud moet gevoel, emoties kunnen opwekken. Dat kon Peter beter dan wie ook, omdat hij heel spannend en vooral beeldend kon vertellen. (En laten we eerlijk zijn: dat vertellen is toch één van de gebieden die zeker in de middenbouw-klassen onder druk staan. Is tegenwoordig de verleiding niet groot om de leerlingen lappen geschreven teksten te geven? Die laten lezen en laten samenvatten in het periodeschrift is makkelijker dan vrij vertellen door de leraar. Maar Peter vertelde! En hoe!)
  • Mooie schoolbordtekeningen verrijken de lesinhoud. Als je als vakdocent in Peter’s klas les gaf, in “zijn” lokaal, dan zag je altijd de meest schitterende schoolbordtekeningen. Kunstwerkjes waren het. (En ik kan weten hoe belangrijk schoolbordtekeningen zijn, want ik vereerde als kind mijn leerkrachten vroeger op de vrije basisschool vanwege de prachtige tekeningen die zij maakten.) Ik weet zeker dat Peter’s leerlingen daar evenzo van genoten moeten hebben. Om de zoveel tijd stond er weer zo’n prachtige tekening op het bord. En ook dit staat onder druk. Tegenwoordig kun je in plaats van een mooie tekening een foto van het internet plukken en die snel presenteren aan de leerlingen. Peter verborg zijn fraaie bordtekening op de achterkant van het zij-schoolbord………… tot dat het moment suprème gekomen was. Met een grote zwier draaide hij – exact getimed – het schoolbord om en dan klonk het oh! en ah! door de gelederen van zijn klas.
  • Maar Peter stelde ook hoge eisen aan de kunstzinnige verwerking door de leerlingen. Het moesten pareltjes worden, de moeite waard om op een Open Dag uitgestald te worden. Hij wist zijn leerlingen er van te doordringen, dat het periodeschrift niet alleen voor de leerling zelf bedoeld was, maar ook door ouders en grootouders gelezen moest kunnen worden!
  • Klas 8, een klas waar perspectief in zit!
    Dat was zo leuk om te zien. Peter splitste zijn klas in kleine groepjes, die je tegen kwam in de lange gangen van ons schoolgebouw. En zo’n lange gang heeft perspectivische verdwijnpunten. Die liggen altijd op de horizon van de toeschouwer. Maakt de leerling de horizon te hoog, dan is het of de toeschouwer onder het plafond zweeft. Dat deden soms leerlingen, die nog niet helemaal met beide voeten op de grond stonden. En dan hielp Peter ze kijken. Peter leerde zijn leerlingen goed waarnemen. En als de horizon een aantal centimeters was gezakt bij een leerling, dan kon hij uitspreken dat die leerling meer op de aarde was geland dan daarvoor. De leerling maakt zelfs door het perspectief tekenen een stap in zijn incarnatie.
    En zo liep Peter tijdens de tekenles van het ene groepje naar het andere, terwijl ze die lange gangen aan het tekenen waren om aanwijzingen te geven.

De weerbarstige werkelijkheid – op weg naar vervroegd pensioen

Toch moet het voor Peter lang niet altijd makkelijk zijn geweest. Omdat hij zo sterk verbonden was met de voor hem heilige principes van ons onderwijs: spiritualiteit en kunstzinnigheid. De werkelijkheid om hem heen kon wel eens wat weerbarstig zijn.  Dit was één van de oorzaken, dat Peter besloten had met vervroegd pensioen te gaan. Hij wilde zich gaan wijden aan het beeldhouwen en cursussen fotografie gaan volgen. Heerlijk leek hem dat: niets meer te moeten, maar eigen keuzes te hebben in wat te gaan doen.

Maar toen het eenmaal zo ver was, miste hij het lesgeven. Daarop bood hij zich aan als vervanger van zieke collega’s. Dus moest hij lessen geven in andermans klas, bij leerlingen die hij niet kende en die hem niet kenden. Dat viel hem heel zwaar en kostte onevenredig veel energie. Peter was teleurgesteld, “dat het niet meer ging zoals vroeger”.

Van lesgeven naar collega’s coachen

Zelf ben ik na mijn pensioen nog een aantal jaren vrijwel full-time blijven doorwerken - mede op verzoek van mijn  school - maar toen dat bij mij uiteindelijk ook tot een einde kwam, kwamen Peter en ik elkaar weer tegen op het gebied van coachen van jonge collega’s. Het ging vooral om de nieuwe Vrijescholen v/o in Culemborg en Vlissingen. En we hadden onderling de buit al verdeeld. Peter zou vooral coachen op het gebied van vakken als geschiedenis, sterrenkunde, aardrijkskunde en tekenen en schilderen. Ik zou mij meer richten op de exacte vakken, wiskunde, natuurkunde en vooral scheikunde. En zo kwamen wij allebei in Vlissingen en in Culemborg om te helpen. Dus was er overleg nodig.

Overleg nodig: na Peter’s revalidatie samen aan de slag!

Dat overleg vond plaats op zaterdag 8 juli in het Antonius Ziekenhuis in Utrecht, waar Peter wachtte op een nieuwe hartklep. Vol goede moed zag hij de operatie tegemoet.
De hele middag maakten we plannen, over hoe het zou zijn als we samen gingen coachen op die nieuwe bovenbouwen in Culemborg en Vlissingen. Eind van de middag namen we vrolijk afscheid en ik wenste Peter sterkte voor de operatie.
Een paar uur later kwam via Peter’s whatsapp-groep een bericht binnen: er was een noodsituatie !!??
Een paar uur later kwam het bericht dat hij was gestorven door een herseninfarct.

 

En Peter zelf? Had hij toch iets voorvoeld?

Hij had een paar weken voor zijn dood gesprekken met collega’s en familie, ook over de dood, maar meer in algemene zin. En daar had hij uitgesproken welke liederen er bij zijn uitvaart gezongen zouden kunnen worden. Dat waren Michaelsleideren. En die hebben we ook gezongen!

Zelf bekroop mij het gevoel dat Peter dringend nodig was voor een veel hogere opgave dan het coachen in Vlissingen en Culemborg; namelijk in de Michaleschool in de geestelijke wereld.

Met de collega’s in Vlissingen en Culemborg hebben we teruggeblikt op deze indringende gebeurtenissen en willen we door te gaan in de zin zoals Peter het bedoeld zou hebben.

Ruud Gersons

Oud leraar SVS Zeist

| Terug

Archief